Arbeidsongeschiktheid en werkloosheid

Moet ik me verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid en werkloosheid?

(leestijd: ca. 5 minuten)

Twee onderwerpen die bij hypotheekadvies verplicht zijn om te bespreken, zijn de risico’s op arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Wanneer er zo’n vraag wordt gesteld, bestaat het antwoord vaak uit vier woorden: dat overkomt mij niet. Terwijl de kans dat dit je treft vele malen groter is dan de kans op overlijden. In deze blog vertel ik je graag meer over jouw mogelijkheden om je hypotheek betaalbaar te houden, wanneer je in loondienst bent en arbeidsongeschikt of werkloos raakt.

Allereerst wil ik nog even vermelden: arbeidsongeschiktheid is een breed begrip. Vaak denk je dan dat je niet meer kunt werken, omdat je in een rolstoel terecht komt. Maar (ernstig) ziek worden of een burnout krijgen, behoren ook tot arbeidsongeschiktheid. Je kunt dan, door welke oorzaak dan ook, voor een langere periode niet (of niet volledig) meer werken.

Bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid is de hoogte van je inkomen (via een uitkering) best simpel uit te rekenen: de eerste twee maanden ontvangen je 75 procent van je laatstverdiende loon, en daarna 70 procent hiervan. Hoe lang je die uitkering ontvangt, hangt af hoeveel jaar je daarvoor hebt gewerkt. Voor de eerste 10 werkjaren geldt één maand uitkering. Heb je dus 8 jaar gewerkt? Dan ontvangt je gedurende maximaal 8 maanden een uitkering. 

Werk je al langer dan 10 jaar? Dan krijg je voor elk werkjaar na die 10 jaren een halve maand een uitkering. Dus: heb je bijvoorbeeld 12 jaar gewerkt? Dan krijg je voor maximaal 11 maanden een uitkering. 

Bij werkloosheid krijg je vanuit het UWV meteen een uitkering. Wanneer je arbeidsongeschikt raakt, krijg je die uitkering pas na 2 jaar. Tijdens de eerste 2 jaar van jouw arbeidsongeschiktheid, betaalt je werkgever je nog door. Dit is vaak het eerste jaar 100 procent van je laatstverdiende loon, en 70 procent voor het tweede jaar. Na die 2 jaar kun je ook nog een uitkering krijgen, maar dan wordt er gekeken voor hoeveel procent je nog kunt werken, hoeveel procent je daadwerkelijk werkt, en wederom naar je arbeidsverleden.

Even simpel gezegd: je uiteindelijke inkomen bij arbeidsongeschiktheid en werkloosheid bedraagt ongeveer 70 procent van het inkomen wat je daarvoor (in loondienst) verdiende. Bij arbeidsongeschiktheid is dit nog wel afhankelijk in hoeverre je nog werkt of kunt werken. Al met al ga je er in een van deze situaties qua inkomen dus (flink) op achteruit.

Een mogelijkheid om in zo’n situatie te zorgen voor een inkomensaanvulling, is om je te verzekeren. Bij arbeidsongeschiktheid ontvang je dan gedurende een vooraf afgesproken periode (dit kan bijvoorbeeld tot aan je AOW-leeftijd van 67 of 68 jaar zijn) een aanvullende uitkering vanuit die verzekering. Bij werkloosheid ontvang je vaak voor een jaar zo’n aanvulling. Onderzoek laat namelijk zien dat je minder lang werkloos dan arbeidsongeschikt bent.

Zo’n verzekering kost echter wel een paar tientjes per maand, afhankelijk van het bedrag dat jij maandelijks uitgekeerd zou willen hebben. Hoe hoger deze aanvulling, hoe hoger je maandelijkse premie. Je bent echter niet verplicht om zo’n verzekering af te sluiten, ook niet voor de bank of hypotheekverstrekker. Er zijn namelijk meerdere manieren om een inkomenstekort bij arbeidsongeschiktheid of werkloosheid zelf aan te vullen.

Vaak kijk ik hierbij naar jouw netto inkomen, voordat je in zo’n situatie terecht komt. Stel dat je (al dan niet samen met je partner) netto 3.000 euro per maand verdient. Je hypotheek kost 1.000 euro, en je overige vaste lasten bedragen 800 euro; 1.800 euro in totaal. Je houdt dus elke maand 1.200 euro over voor de ‘leuke dingen’ en om te sparen. Helaas raak je werkloos en daalt je inkomen naar 2.100 euro netto per maand. In dit geval zou je kunnen zeggen dat je dit inkomenstekort zelf gaat dichten, door minder te gaan sparen en te bezuinigen op de leuke uitgaven. Je houdt hiervoor immers ook een lager bedrag over, namelijk 300 euro.

Let wel: nadat jouw WW-uitkering stopt, is het niet zeker of je nog een andere uitkering krijgt. Je kunt na afloop van een WW-uitkering een bijstandsuitkering aanvragen. Deze krijg je echter niet zomaar.

Kortom: er zijn meerdere manieren om een inkomenstekort bij arbeidsongeschiktheid of werkloosheid te dichten. Mijn advies: bouw voor dit soort situaties altijd een spaarbuffer op van een paar duizend euro, zodat je even vooruit kunt. Heb je zo’n buffer nog niet, of wil je je spaargeld liever ergens anders voor gebruiken? Dan zou zo’n verzekering aan te raden zijn. Deze kun je altijd tussentijds nog opzeggen, als je bijvoorbeeld je spaarpot voldoende hebt aangevuld.

GezondheidGezondheid

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden worden tussen haakjes aangegeven.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.